Zen is 'Heling'![]() Er bestaat een beeldverhaal in de Zen-traditie dat de weg prachtig illustreert. Het heet 'de plaatjes van de os' en kent zijn oorsprong in een grijs verleden, nog voor het ontstaan van Zen. De versie zoals wij die kennen stamt uit de 12e eeuw en is van de hand van de Chinese Zenmeester Kuo-an (Kakuan). In deze poëtische verbeelding van de zoektocht van de mens naar zijn oergrond of boeddhanatuur (de os) wordt de voltooiing van de Zen-weg niet gevonden in een samensmelten met de os (de mystieke vereniging met de goddelijke kern). Nee, het tiende en laatste plaatje toont ons de mens die terugkeert naar de markt, midden in het leven. De 'geheelde' mens, de 'geheiligde' mens, is de mens die de spiritualiteit tot in de meest banale handelingen van het dagelijks leven bewust ervaart. In de Sandokai-soetra wordt het als volgt verwoord:
Het alledaagse bestaan hoort bij wat onpeilbaar is De weg van Zen is een groei van het bewustzijn tot boven het niveau van onderscheid tussen innerlijk en uiterlijk, exoterisch of esoterisch, dagelijks leven en spiritualiteit. Dit vraagt niet om een verstandelijk begrijpen dat binnen en buiten niet te scheiden zijn, maar om een transformatie, een omvorming van ons bewustzijn naar een ervaren van deze ondeelbaarheid. Het gaat dus om een diepe 'heling' van ons wezen, die zich uitsluitend kan voltrekken in die momenten waarop het denken terugtreedt en ruimte maakt voor een intuïtieve beleving van de eenheid van alles en iedereen. Deze heling leidt overigens niet tot een mens zonder ego. Dat 'ik' blijft een wezenlijk deel uitmaken van de mens die in de loop van de geschiedenis tot zelfbewustzijn evolueerde. Maar het is een volgende stap in die ontwikkeling, misschien een voorbode van een nieuwe sprong in de evolutie van het bewustzijn, waarin de afgescheidenheid van het ego wordt overstegen tot een (kosmisch) bewustzijn waarin dat 'ik' organisch verweven is met de totale schepping.
![]() Het besef van het belang van deze heelheid van het bestaan, plaatst mij voor de opdracht om nooit te blijven steken in welke vorm dan ook van scheiding tussen spirituele activiteiten zoals meditatie, het lezen van boeken of het volgen van sesshins enerzijds en mijn staan in de wereld van alledag, mijn gewone contacten met mensen of de zorg voor het levensonderhoud van mij en de mijnen anderzijds. Zolang ik voel dat mijn werken nog geen meditatie is, mijn baan geen sesshin, mijn gesprek met de buurman geen dokusan , mijn lopen geen kin-hin , zolang weet ik dat ik met grote inzet mag blijven oefenen, elke dag opnieuw. Oefenen om mijn spiritualiteit mede vorm te geven in een verantwoordelijk omgaan met de schepping, in een betrokken aandacht op de mensen en dingen om mij heen. En ook oefenen in stille aandacht, in eenzaamheid, in pijn en in verwondering, in het diepe vertrouwen dat de echte 'heling' zich alleen diep in mijn hart kan voltrekken als ik er niet meer naar zoek, er niet meer op wacht, er zelfs niet meer naar verlang. (Uit: 'De zen van het leven', © Jos Stollman) |